CDT analyse

Wanneer een bestuurder wordt aangehouden wegens het rijden onder invloed kan hij in bepaalde gevallen een onderzoek naar de geschiktheid opgelegd krijgen door het CBR. Onderdeel daarvan is de CDT analyse. Over het onderzoek naar de geschiktheid vindt u onder het kopje ‘keuring CBR’ op deze website meer informatie.

Dit onderzoek naar de geschiktheid valt in drie delen uiteen, te weten het psychiatrisch onderzoek, het lichamelijk onderzoek en het bloedonderzoek alcohol. Bij het bloedonderzoek naar alcohol wordt een aantal bloedwaarden onderzocht die kunnen wijzen op alcoholmisbruik. Dit zijn het GGT, MCV, ALAT, ASAT en CDT/ DST.

Elk van deze bloedwaarden heeft een positief voorspellende waarde voor overmatig alcoholgebruik. Bij het GGT, MCV, ALAT en ASAT is deze positief voorspellende waarde voor alcohol laag. Een GGT kan bijvoorbeeld ook verhoogd zijn door overgewicht, roken en medicijnengebruik. Een ALAT kan ook verhoogd zijn door medicijnengebruik doch kent ook een dag tot dag variatie binnen één persoon van maximaal 30%.

De bloedwaarde met de hoogste positief voorspellende waarde voor overmatig alcoholgebruik is de CDT- waarde. Het CDT is een verzameling van afwijkende vormen van het ijzertransporterende eiwit transferrine, dat in de lever wordt aangemaakt bij chronisch overmatig alcoholgebruik. Bij de bepaling van het percentage CDT in het bloed wordt vastgesteld hoeveel van deze afwijkende vormen van transferrine in het bloed aanwezig zijn.

Bij de CDT analyse bij het bloedonderzoek alcohol kan van verschillende testmethodes gebruikt worden gemaakt. Goed gekeurd voor CDT analyse zijn momenteel de N-Latex CDT methode van Siemens, de Analis CE methode (DST), de Recipe HPLC methode, de HPLC methode van BioRad, de Sebia CE methode en de HPLC methode van Helander. Als confirmatie methode is de HPLC methode van Helander aangewezen.

Elk van deze methodes kent een eigen referentiewaarde. Het is daarom belangrijk om altijd na te gaan met welke methode de CDT analyse heeft plaatsgevonden. Het CBR stelt zich op het standpunt dat een CDT- waarde boven de referentiewaarde op alcoholmisbruik wijst. Dit kan voor het CBR de reden zijn om het rijbewijs van een betrokkene ongeldig te verklaren.

Een CDT- waarde boven de referentiewaarde betekent echter niet altijd dat er sprake is van alcoholmisbruik. Op grond van aanbevelingen van de Nederlandse Vereniging voor Klinische Chemie dient er bij de CDT analyse een afkappunt te worden gehanteerd. Bij een CDT- waarde boven het afkappunt kan er met 95% zekerheid gesteld worden dat een enkelvoudig gemeten CDT of DST niet meer kan horen bij resultaten van een groep normale mensen.

Het verschil tussen de referentiewaarde en het afkappunt wordt bij het CDT het grijze gebied genoemd. Binnen deze marge is rekening gehouden met de biologische spreiding binnen één persoon alsmede de analytische variatie tussen de verschillende laboratoria.

De analytische variatie treedt bij ieder bloedonderzoek op. Uit onderzoek is gebleken dat wanneer één bloedmonster naar verschillende laboratoria wordt gestuurd dat er binnen een bepaalde marge verschillende bloeduitslagen worden verkregen. Door het hanteren van het afkappunt wordt dit probleem grotendeels ondervangen.

Hoewel een CDT- waarde boven het afkappunt een hoge positief voorspellende waarde heeft voor overmatig alcoholgebruik, is er soms sprake van een andere oorzaak. Tussen CDT testmethodes treden af en toe verschillen op. Ook is het mogelijk dat in het laboratorium het apparaat niet goed gekalibreerd is of dat er een menselijke fout is gemaakt waardoor een onjuiste uitslag is verkregen.

Wanneer u bij een CDT analyse geconfronteerd wordt met een verhoogde CDT of DST- waarde en het CBR stelt dat dit komt door alcoholmisbruik, heeft u derhalve nog mogelijkheden om dit aan te vechten. Maar betrekkelijk weinig advocaten zijn hiervan op de hoogte.

Indien u over deze mogelijkheden meer wilt weten, kunt u contact opnemen met CBR advocaat Bert Kabel. Zijn telefoonnummer is 040- 284 1172.