Bezwaar besluit CBR

Iedereen die in Nederland in het bezit van een rijbewijs is, heeft met het CBR te maken gehad. Sommige mensen krijgen een conflict met het CBR. Vaak zal dit zijn nadat het CBR een besluit heeft genomen. Een aantal mensen wil dan bezwaar tegen dit besluit van het CBR maken.

Het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen, oftewel CBR, heeft als taak het beoordelen van de rijgeschiktheid en rijvaardigheid van bestuurders. Vaak zal dit in twee gevallen zijn. Het eerste is bij de afgifte van een rijbewijs. Het tweede is bij de intrekking van een rijbewijs. Dit kan zijn de schorsing van de geldigheid van het rijbewijs of de ongeldigverklaring van het rijbewijs.

Het CBR kan allerlei besluiten nemen. Zo kan het CBR een EMA-cursus of EMG-cursus opleggen. Het CBR kan ook een onderzoek naar de rijvaardigheid of rijgeschiktheid opleggen. Wanneer het CBR een cursus of onderzoek oplegt, is de betrokkene verplicht daaraan mee te werken.

Als de betrokkene niet meewerkt, zal het CBR het besluit tot ongeldigverklaring van het rijbewijs nemen. Wanneer de betrokkene het met dit besluit niet eens is, kan daartegen een bezwaarschrift worden ingediend.

Wanneer de betrokkene aan het onderzoek naar de rijvaardigheid of rijgeschiktheid heeft meegewerkt, moet het CBR hierna de uitslag van het onderzoek vaststellen. Dit kan zijn dat hij rijvaardig of rijgeschikt is. Het tegenovergestelde is ook mogelijk. Het CBR kan ook een negatief besluit nemen. Tegen dit besluit kan bij het CBR ook bezwaar worden gemaakt.

Voor deze bewaarprocedure is een aantal zaken van belang. Een belangrijk punt betreft de bezwaartermijn. De termijn voor het indienen van een bezwaarschrift bij het CBR bedraagt 6 weken vanaf de dag van het besluit. Aan deze termijn houdt het CBR strikt de hand. Wanneer het bezwaarschrift na afloop van deze termijn wordt ingediend, verklaart het CBR het bezwaar niet-ontvankelijk.

Het indienen van een bezwaarschrift heeft geen schorsende werking. Dit betekent dat de gevolgen van het besluit in stand blijven gedurende de bezwaarprocedure. Wanneer het CBR de beslissing op bezwaar neemt, kan hier verandering in komen.

Wanneer iemand een spoedeisend belang bij het rijbewijs heeft, is het mogelijk bij de rechtbank een voorlopige voorziening aan te vragen. Gedurende de bezwaarfase kan de betrokkene aan de rechtbank vragen het besluit van het CBR te schorsen. Als de rechtbank het besluit van het CBR schorst, geldt deze schorsing in de regel tot 6 weken na de beslissing op bezwaar.

Als het CBR het bezwaarschrift ongegrond verklaart, heeft de betrokkene dan nog voldoende tijd om bij de rechtbank in beroep te gaan en eventueel in die procedure wederom een voorlopige voorziening aan te vragen.